Er zijn verschillende mogelijkheden om de dingen die wij zeggen of schrijven te versterken. Heel neutral zijn de woordenzeer, heeloferg.Dezelfde betekenis en meer nadruk hebben alternatieven zoalsverschrikkelijkenafschuwelijkop de negatieve enextreemofechtop de positieve kant. Erg geliefd zijn ook vergelijkingen die vaak al eeuwen in ons taal bestaan. Zo is iemand die heel erg slim isslim als een vosen wanneer wij iemand goede gezondheid toekennen is diegene vaakzo gezond als een vis.In dit werkstuk hou ik me bezig met samengestelde adjectieven die precies dezelfde functie hebben. Vooral wil ik ingaan op de zogenaamde “Volkssuperlativ” en zijn verschillende vormen. Naast samengestelde adjectieven met vergelijkend linkerlid zij er namelijk gevallen waar het linkerlid alleen maar de betekenis vanzeerheeft en in geen semantisch relatie met het rechterlid staat.
Er is nog niet veel onderzoek gedaan worden over dit thema, maar in alle verschenen artikelen duikt het probleem van het juiste onderbrengen van deze woordgroep op. Zijn het gewone samenstellingen? Of afleidingen omdat zich het linkerlid al tot een suffix ontwikkeld heeft? Om dit reden zal ik in de eerste deel van dit werkstuk criteria verzamelen met die men samengestelde woorden in kan ordenen en van afleidingen onderscheiden.
Ter wille van het gemak met de term “Volkssuperlativ” heb ik hem naar het Nederlands vertaald en zal het van nu af over de volkssuperlatief hebben.
Verder wil ik me met de stelling bezig houden die W.H. Fletcher in zijn artikel over samengestelde adjectieven met versterkend linkerlid bespreekt. Hij beweert dat er in het Nederlands buitengewoon veel gebruik wordt gemaakt van volkssuperlatieven. Volgens hem meer dan in alle anderen Germaanse talen. Ik zal me daarvoor met de volkssuperlatieven in het Duits bezighouden.
Inhoudsopgave
Inleiding
Samenstelling of afleiding?
Adjectivische samenstellingen
De volkssuperlatieven
Overvloedig gebruik van volkssuperlatieven in het Nederlands?
Doelstelling en thema's
Het hoofddoel van deze studie is het onderzoeken van de morfologische status van zogenaamde 'volkssuperlatieven' (samengestelde adjectieven met een versterkend linkerlid) in het Nederlands. De centrale onderzoeksvraag richt zich op de vraag of deze woorden als samenstellingen of als afleidingen moeten worden geclassificeerd, en in hoeverre het Nederlands inderdaad een overvloediger gebruik van dergelijke versterkende vormen vertoont in vergelijking met andere Germaanse talen, zoals het Duits.
- Morfologische analyse: samenstelling versus afleiding
- Definitie en kenmerken van volkssuperlatieven
- Kritische toetsing van de criteria van Van den Toorn
- Vergelijking met het Duitse taalgebruik
- Analyse van productiviteit en 'adjective-deletion'
Auszug aus dem Buch
Adjectivische samenstellingen
Er zijn verschillende soorten van adjectivische samenstellingen. Van den Toorn geeft in zijn artikel over halfsuffixen een goede overzicht. Ten eerste zijn er volgens hem veel adjectivische samenstellingen in het Nederlands waar het eerste lid een substantief is das het adjectief nader specificeert. Deze specificatie kan vergelijkend, versterkend of dimensioneel zijn. Voorbeelden voor een puur vergelijkend linkerlid zijn vooral kleurwoorden: lindegroen, azuurblauw, grasgroen. Ook een vergelijkend maar vooral een versterkend karakter hebben woorden zoals beresterk, betonhard, oliedom enz. Het vergelijkende eerste lid is verbleekt en wij vatten het als zeer of in hoge mate op. De man is dus niet echt zo sterk als een beer maar gewoon heel sterk. Een dimensioneel specificatie vinden wij bij woorden zoals tafelhoog of kniediep.
Van belang voor dit werkstuk zijn vooral de woorden met versterkend linkerlid, de zogenaamde volkssuperlatieven. De versterkende elementen van de volkssuperlatieven kunnen een uitbreiding ondergaan, waardoor ze zich tot een versterkend prefix lijken te hebben ontwikkeld. Het opmerkelijke aan deze woorden is dat het eerste lid geen enkele zinvolle verband vertoont met het tweede lid. Een eigenschap die heel ongewoon is voor een samenstelling. Het vermoeden is dus dat men het hier met een afleiding te maken heeft. Het linkerlid dat ooit als vergelijkend element werd gebruikt kan productief als versterkend element aan velerlei woorden worden toegevoegd. Stokdoof heeft de betekenis van zeer doof en niet van zo doof als een stok. Tegen de analyse als afleiding spreekt weliswaar de zelfstandigheid van het eerste lid. Stok is nog steeds een vrij morfeem en zoals wij in het voorafgaand stuk constateerden is dat het meest belangrijk argument om van een samenstelling te spreken.
Samenvatting van de hoofdstukken
Inleiding: De auteur introduceert het thema van volkssuperlatieven en stelt de centrale vraag of deze taalkundig als samenstellingen of als afleidingen geclassificeerd dienen te worden.
Samenstelling of afleiding?: Dit hoofdstuk definieert de algemene criteria voor het onderscheid tussen samenstellingen en afleidingen in de Nederlandse morfologie.
Adjectivische samenstellingen: De auteur bespreekt de verschillende vormen van adjectivische samenstellingen en introduceert de criteria voor de analyse van 'halfsuffixen'.
De volkssuperlatieven: In dit deel worden specifieke voorbeelden van volkssuperlatieven geanalyseerd en getoetst aan de eerder vastgestelde morfologische criteria.
Overvloedig gebruik van volkssuperlatieven in het Nederlands?: De auteur evalueert de stelling van W.H. Fletcher over de hoge frequentie van volkssuperlatieven in het Nederlands en vergelijkt deze met het Duits.
Sleutelwoorden
Nederlands, volkssuperlatief, morfologie, woordvorming, samenstelling, afleiding, halfsuffix, versterkend element, taalkunde, intensivering, adjective-deletion, vergelijking, Duits, taalsysteem, taalproductiviteit.
Veelgestelde vragen
Wat is het fundamentele onderwerp van dit werkstuk?
Het werkstuk onderzoekt de taalkundige status van 'volkssuperlatieven' in het Nederlands, oftewel samengestelde adjectieven die een versterkende functie hebben, zoals 'stokdoof' of 'bloedheet'.
Welke centrale thema's worden behandeld?
De belangrijkste thema's zijn de morfologische indeling (samenstelling versus afleiding), de productiviteit van versterkende elementen en een vergelijkende analyse met de Duitse taal.
Wat is de primaire onderzoeksvraag?
De vraag is of volkssuperlatieven, gezien hun morfologische eigenschappen, nog als samenstellingen kunnen worden beschouwd of dat ze door een proces van reeksvorming als afleidingen moeten worden geanalyseerd.
Welke wetenschappelijke methode wordt gehanteerd?
De auteur hanteert een vergelijkende en analytische methode, waarbij bestaande taalkundige criteria van onderzoekers zoals Van den Toorn en Fletcher worden getoetst aan concrete voorbeelden uit het Nederlands en het Duits.
Wat wordt er in het hoofdgedeelte besproken?
Het hoofdgedeelte behandelt de definities van woordvormingsprocessen, de analyse van 'halfsuffixen', een gedetailleerde toetsing van de status van het eerste lid (versterker) en de vergelijking met Duitse varianten.
Welke termen karakteriseren het onderzoek het best?
De belangrijkste termen zijn volkssuperlatieven, morfologie, woordvorming, samenstelling, afleiding en intensivering.
Waarom is de status van het 'eerste lid' zo belangrijk?
Het eerste lid is cruciaal omdat het in een samenstelling vaak een zelfstandige, semantisch transparante betekenis heeft, terwijl het bij een afleiding fungeert als een versterkend prefix waarbij de oorspronkelijke betekenis verbleekt.
Wat concludeert de auteur over het Nederlands versus het Duits?
De auteur concludeert dat het Nederlands inderdaad een aanzienlijk grotere groep volkssuperlatieven kent en dat deze vormen in het Nederlands productiever zijn dan in het Duits, onder meer door het verschijnsel van 'adjective-deletion'.
- Quote paper
- Janna Falkenstein (Author), 2005, De volkssuperlatief in het Nederlands, Munich, GRIN Verlag, https://www.hausarbeiten.de/document/69923